Goed en fout
- >=2p, >10min, 10+jr, taal, woorden, woordfantasie
In de Volkskrant staan regelmatig stukjes over bijzondere woorden die slechts op zeer beperkte schaal (binnen een familie of groep) gebruikt worden. Het betreffende woord dat een keer in de schijnwerper stond was goedsnaps, en dat werd gebruikt in zinnen als jij bent ook niet erg goedsnaps, of hij/zij/hen is zeer goedsnaps. Als je niet goedsnaps bent, dan ben je misschien foutsnaps of slechtsnaps, maar dat klinkt minder goed dan niet goedsnaps.

Goedvolgs, dat kun je zijn, door goedwillend navolgend te zijn. Goedloops is iemand die goed kan lopen of een hond die hoogloops is. Goedlachs, dat bestaat al, en kwaadlachs of slechtlachs of foutlachs, dat klinkt ongoed (zie hiervoor overigens het spel dubbelplusnegatief/halfminpositief). Weldenkendheid wordt gewaardeerd, maar kan verkort worden tot goeddenks, waar kwaaddenks overigens een goedklinkende tegenstelling van is. Goedgelovigheid is misschien een route naar de maatschappelijke ondergang, maar kwaadgelovigheid is een goedklinksige slechte eigenschap.
De goedsnapper snapt het taalspel wel, gooi wat goed en fout en kwaad en slecht in woordcombinaties, en poog wat goedklinkende betekenisrijke woorden te creëren die een breed gebruik verdienen.

